Door Ria Uilenberg
Inleiding
(Dit is een eerste uit een nieuwe reeks artikelen die wij vanaf ons jubileumjaar gaan publiceren. De auteur, Ria Uilenberg, één van onze vrijwilligers, zit zowel in de webredactie, als in de redactie van “Moeder de Gans”.)
Hiëronymus van Alphen (1746-1803) is vooral bekend door zijn kindergedichten. Hij heeft de naam dat hij het eerste kinderboek heeft geschreven met kleine gedichtjes voor kinderen. Dit boekje verscheen in begin 1778. Hij schreef gedichten die aansloten bij de belevingswereld van kinderen.
Er waren in zijn tijd wel boeken voor kinderen, maar dat waren doorgaans schoolboeken. Kinderen lazen vooral boeken die geschreven waren voor volwassenen. Van Alphen wilde vooral kennis overbrengen met leerzame boeken.

© Koninklijke Bibliotheek
Leven
Jeugd en loopbaan
Hiëronymus van Alphen is geboren in 1746. Zijn vader overleed toen de kleine Hiëronymus vier jaar oud was. Hij werd, samen met zijn broer, opgevoed door zijn moeder. In 1752 overlijdt ook zijn broer. Over zijn jeugd is weinig bekend, maar er wordt aangenomen dat het een eenzaam kind was.
Hiëronymus studeerde in Leiden rechten en letteren en werd advocaat in Utrecht. In 1772 trouwde hij met Johanna Maria van Goens. Zij overleed bij de geboorte van hun derde kind. In 1780 werd Van Alphen procureur-generaal en hertrouwde met Catharina Geertruyda van Valkenburg. Samen kregen ze nog twee kinderen. In 1789 werd hij tot stadspensionaris van Leiden benoemd.
Vier jaar later trad hij in dienst van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Toen de republiek in 1795 instortte en de Bataafs-Franse Tijd begon legde Van Alphen zijn functie neer. Hij was orangist (Orangisten = aanhangers van het huis Oranje-Nassau die streefden naar een sterk stadhouderlijk stelsel). In deze periode stierven twee zoons, een kleinzoon en een schoondochter. In 1803 overleed Van Alphen aan de gevolgen van een herseninfarct.
Van Alphen heeft veel dichtbundels, gezangen, kindergedichten, theologische verhandelingen en vertalingen geschreven. Hieruit kwamen vooral zijn christelijk geloof en vaderlandsliefde naar voren.
Hiëronymus als vader
Van Alphen was op jonge leeftijd al weduwnaar. Met drie jonge kinderen stond hij voor de zware taak ze als alleenstaande ouder op te voeden. Als aanhanger van de Verlichting zag hij het kind als een deugdzaam wezen dat via spelend leren moest worden voorbereid op de maatschappij. Hij wilde kinderen daarbij vooral deugdzaamheid en rede bijbrengen. Het kind moest worden gezien als een uniek wezen met eigen behoeften. Hij zocht naar jeugdlectuur die met zijn denkbeelden in overeenstemming waren. Omdat hij niet vond wat hij zocht besloot hij ze zelf te schrijven.
Werk
Kleine gedichten voor kinderen
Begin 1778 verscheen anoniem een bundel bij uitgever Van Terveen getiteld Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen. Hierin waren 24 gedichten opgenomen zonder illustraties. De bundel bevatte een voorbericht waarin de schrijver aangaf dat hij kinderen in de leeftijd van vijf tot tien jaar iets nuttigs te lezen wilde geven zoals dat in Nederland nog niet eerder was geprobeerd.

Nog in hetzelfde jaar verscheen de Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen, ditmaal onder vermelding van zijn naam. Het boek bevatte dezelfde 24 gedichten, maar geen illustraties.
In 1778 verscheen Het vervolg der kleine gedigten voor Kinderen met 22 gedichten. Het Tweede vervolg der kleine gedigten voor kinderen verscheen in 1782 met 20 gedichten. Ook deze bundels hadden geen illustraties. In totaal heeft Hiëronymus 66 kindergedichten geschreven.
De boekjes waren zeer populair en werden meerdere malen herdrukt. Zo vond van de eerste Proeve al in 1779 de 8e herdruk plaats. In 1787 werd van de drie dichtbundels een eerste verzamelbundel uitgegeven met alle 66 gedichten. Het had de titel Kleine Gedigten voor kinderen. Uitgever Van Terveen had er vanaf het begin rekening mee gehouden dat het uiteindelijk één bundel zou worden. Hij bracht een doorlopende paginering aan in de drie afzonderlijke delen. De volgorde van de gedichtjes is ook altijd dezelfde gebleven.
De boeken van Hiëronymus waren zo populair dat er al snel allerlei roofdrukken circuleerden. Omdat het auteursrecht in die tijd nog niet goed was uitgewerkt bleef dit ongestraft. Ook werden zijn gedichten door anderen nageaapt, maar de kwaliteit van die gedichten was niet zo hoog als die van de originelen. Ondanks de populariteit van de boekjes, is Van Alphen nooit betaald voor het schrijven ervan. Dat was zijn eigen keus, want hij wilde niet als broodschrijver gezien worden.
In 1821, lang na het overlijden van Van Alphen kwam een gemoderniseerde versie uit die in 1973 in facsimile opnieuw op de markt werd gebracht.
Moraal
Kinderen konden van elk gedicht iets leren. Zo moesten ze zich vrolijk aan hun huiswerk zetten, stommiteiten vermijden door eerst rustig na te denken, eerlijk zijn en geen fruit uit andermans bomen stelen. Hiëronymus gaat ook nare onderwerpen niet uit de weg. Zo staat in het boekje Tweede Vervolg der Kleine Gedigten voor Kinderen het gedicht Het Lijk.
Mijn lieve kinders, schrik toch niet,
Wanneer je dode mensen ziet;
Zouden jullie voor lijken beven?
Kom hier: deze bleke koude man,
Die voelen, zien, noch horen kan,
Houdt nu niet op te leven.Hij denkt en werkt – ja meer dan jullie;
Maar zonder lichaam zoals wij.
De ziel is weg van de aarde,
Die God, die hij hier heeft gevreesd,
Is bij hem in zijn dood geweest;
En houdt dit lijk in waarde.Al is de ziel van het lichaam af,
Al daalt het lijk in het donker graf,
Dat moet jullie niet doen ijzen.
Geloof het toch, de goede God
Zal zelfs dit lelijk overschot
Veel mooier doen verrijzen.Ach, lieve kinders! Zeg dan niet;
Wat is dat sterven een verdriet!
Mocht ik maar altijd leven!
Wanneer je God bemint en dient,
Dan voert de dood je als een vriend,
In het eeuwig zalig leven.En komt dan eens de jongste dag,
Dan zal het lichaam dat daar lag,
Zich levend weer vertonen.
Dan voeren de engelen van beneden
U zingend naar de hemel heen,
Om eeuwig daar te wonen.Mijn lieve kinders schrik dan niet,
Wanneer je dode mensen ziet;
Zouden jullie voor lijken beven?
Zeg liever vrolijk – deze man,
Die hier niet zien of horen kan,
Mag in de hemel leven.Het gedicht laat zien hoe men in de 18e eeuw in de huiselijke kring met de dood probeerde om te gaan. Door kinderen bewust te confronteren met een lijk konden ze wennen aan de dood. In dit voorbeeld leren de kinderen niet bang te zijn voor de dood, want het leven op aarde is weliswaar voorbij, maar daarna volgt nog een heel leven in de hemel.
God wordt door Van Alphen voorgesteld als een vriendelijk wezen die het met de mensheid goed voor heeft, met andere woorden, de boodschap is: God is liefde.
Illustraties
Veel illustraties die bij de gedicht horen zijn bekend en zien er ook prachtig uit. Zie ook de illustratie bij het gedichtje Jantje zag eens pruimen hangen. De prenten zijn een weergave van wat in het gedicht staat en plaatsen de inhoud in een specifieke sociale context: de levenssfeer van de gegoede burgerij.
Ook achter deze prenten zit een verhaal. Aanvankelijk waren de drie boekjes die werden uitgegeven in 1778 en 1782 (Proeve, Vervolg en Tweede Vervolg) ongeïllustreerd.

Hiëronymus zelf was voorstander van prentjes bij de gedichten, maar uitgever Van Terveen zag er waarschijnlijk geen brood in. Dat is begrijpelijk, gezien de kostbare procedure voor het maken van de prenten. Hiervoor moest een tekenaar worden ingeschakeld voor de tekening, waarna deze vervolgens op koper werden omgezet. Soms waren er verschillende kopergraveurs aan het werk aan voor één boek, althans wanneer het boek populair was.
Zo bleven Van Alphens bundels aanvankelijk ongeïllustreerd, totdat de Amsterdamse boekhandelaar J. Allart hem na het verschijnen van de Proeve een oplossing aan de hand deed. Allart zou op eigen kosten een complete serie prenten laten maken. Deze werden vervolgens afzonderlijk in sets van zes of acht plaatjes door hem in de handel gebracht. Kopers konden ze dan zelf laten inbinden met de door Van Terveen geleverde “kale” tekst. Dat is ook de reden waarom complete exemplaren met tekst in combinatie met de prenten zeldzaam zijn.
Overigens was deze procedure van het verkopen van losse prentjes in de 18e eeuw een gebruikelijke praktijk. Pas als het boek een verkoopsucces was, durfde een uitgever het aan er prenten bij te laten maken.
De prenten bij de gedichten van Van Alphen werden getekend door kunstschilder Jacobus Buijs. Deze schilder had zich in de loop der tijd toegelegd op illustraties bij boeken en had op dat gebied enige naam. Van Alphen was enthousiast over het voorstel van Allart. Hij was bekend met de tekenkunsten van Buijs en wilde dolgraag dat deze de prentjes maakte. Hij bemoeide zich persoonlijk met de vormgeving van de illustraties. Een complete serie van plaatjes was niet goedkoop, toch werden de boekjes in deze combinatie nog jaren herdrukt.
In 1818 lukte het Van Terveen om het auteursrecht van Allart over te nemen, inclusief de 66 koperen platen. De koperplaten raakten echter al snel versleten, waarna Van Terveen aan Abraham Leon Zeelander opdracht gaf een nieuwe serie prenten naar eigen ontwerp te graveren. Het verschil in kwaliteit is groot. Buijs was een geschoold tekenaar, terwijl de prenten van Zeelander amateuristisch zijn. Later is men weer teruggekeerd naar de oorspronkelijke prenten.
De Koninklijke Bibliotheek bezit een topstuk 1783. De uitgave is samengesteld uit de drie bundels. De illustraties zijn door een tante speciaal voor haar neefje, ergens tussen 1823 en 1840, prachtig ingekleurd. De uitgave komt uit de vriendenkring van Hiëronymus van Alphen. De toenmalige eigenaar heeft de gekleurde bladen toegevoegd en de bundel opnieuw gebonden. Het is zeer de moeite waard om de complete uitgave online te bekijken.
Citaten van Hiëronymus van Alphen (Bron: Historiek)
Die telkens in de spiegel kijkt, en zich met schoonheid vleit, beseft de ware schoonheid niet maar jaagt naar ijdelheid.
Mijn spelen is leeren, en waarom zou mij dan het leeren vervelen?
Eén uur van onbedachtzaamheid kan maken dat men weken schreit.
Beknopte bibliografie
Toos Zuurveen, Van zedenleer tot Bruintje Beer. Kind, kindbeeld en kinderboek door de eeuwen, Uitgeverij Roorda, Uithuizermeeden, 1996.
(Online DBNL*) Jan van Collie, Wilma van de Pennen, Jos Staal en Herman Tromp, DBNL Lexicon van de jeugdliteratuur. (https://www.dbnl.org/titels/titel.php?id=coil001lexi01 – geopend 13-05-2026)
(Online DBNL) Hiëronymus van Alphen, Kleine gedigten voor kinderen (1785). (https://www.dbnl.org/titels/titel.php?id=alph002klei08 – geopend 13-05-2026)
(Online DBNL) Hiëronymus van Alphen, Kleine gedigten voor kinderen (1998) (https://www.dbnl.org/titels/titel.php?id=alph002klei01 – geopend 13-05-2026). Bevat secundaire literatuur en verwijzingen naar de verschillende uitgaven.
(Online Koninklijke Bibliotheek) – Hiëronymus van Alphen: een bloemlezing – (https://collecties.kb.nl/themas/nederlandse-poezie/historische-dichters/hieronymus-van-alphen-1746-1803/hieronymus-van-3 – geopend 13-05-2026)
(* DBNL: Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren – https://www.dbnl.org)
Disclaimer: In dit artikel zijn 3 afbeeldingen gebruikt uit de collectie van de Koninklijke Bibliotheek (https://www.kb.nl) onder. vermelding van het copyright van de KB, bron: Hiëronymus van Alphen: een bloemlezing (zie bovenstaande vermelding.