Oude verhalen in nieuwe jasjes

Door Ria Uilenberg

Wie het KinderBoekenHuis heeft bezocht, zal het vast niet zijn ontgaan, het gedichtje Jantje zag eens pruimen hangen van Hiëronymus van Alphen staat prominent op de voorgevel. Ondanks dat het versje dateert uit de 18e eeuw, heb ik deze als kind ook nog gelezen. De gedichtjes van Hiëronymus van Alphen zijn speels en kindvriendelijk van toon. Dat was voor die periode ongekend.

Cover – Dik Trom en zijn soortgenoten, J.C. Kieviet. Coll. KinderBoekenHuis

Sinds ik vrijwilliger ben bij het KinderBoekenHuis en me daardoor wat meer verdiep in de kinderliteratuur, valt het mij op dat heel veel verhalen die ik als kind las, eigenlijk al heel oud zijn. Wel zijn de oorspronkelijke versies meestal bewerkt en omgezet naar het meer moderne taalgebruik. Ik ben opgegroeid in de tijd van Jip en JannekePietje Puk en de meisjesboeken van Leni Saris. Leuke boeken, maar ik was ook gek op de avonturen van Dik Trom en Pietje Bell. Sinds kort weet ik nu dat het boek van Dik Trom  Uit het leven van Dik Trom al geschreven is in 1891 door  C.J. Kieviet. Pietje Bell, geschreven door Chr. Van Abkoude is geschreven in 1914, ook langer geleden dan ik had gedacht. De humor van toen vond ik in mijn kindertijd nog steeds leuk. Ik vraag me trouwens wel af of deze kinderboeken nog steeds gelezen worden.

Ook veel klassiekers, die overigens oorspronkelijk niet altijd geschreven zijn voor kinderen, werden in de 19e eeuw vaak vertaald en bewerkt voor de jeugd. Denk daarbij aan Robinson Crusoe, de Baron von Münchausen en de avonturen van Jules Verne. Boeken die ook in mijn kindertijd populair waren. Veel kinderversjes stammen trouwens eveneens uit de 19e eeuw en worden vandaag de dag nog steeds gezongen door de kinderen van nu.  Wat te denken van Slaap kindje slaapIn Holland staat een huisen Berend Botje ging uit varen.

Natuurlijk mogen we ook de sprookjes van Perrault, Andersen en Grimm niet vergeten. Welke kind kent niet het verhaal van Roodkapje of Doornroosje? Ook deze werden al door kinderen gelezen in de 19e eeuw.  Hier zijn eveneens de oorspronkelijke verhalen aangepast  omdat deze niet geschikt waren voor de kleintjes. Nog veel ouder zijn de verhalen van de sluwe Reinaert de Vos die in de middeleeuwen al werden doorverteld op markten en kermissen. Kinderen luisterden samen met hun ouders naar deze fabels voorgedragen in dichtvorm (dan waren ze beter te onthouden). Of ze de dubbele bodem wel begrepen valt te betwijfelen. Kinderliteratuur bestond toen immers nog niet. Het tijdperk van het kinderboek is pas echt begonnen bij onze Hiëronymus van Alphen met de Proeve van kleine gedigten voor kinderen uit 1778.

Ik vind het een mooie gedachte dat veel oude verhalen, nog steeds worden gelezen door de kinderen van nu. Dan kunnen we met recht spreken van klassiekers! Het KinderBoekenHuis staat er vol van.